FaceBookTwitterGoogle+

Search

Valuta omrekenen




Een bubbel in wording?

De druk van de markt en de toezichthouders om maar vooral in de indextrackers (ETF’s) te beleggen (= passief beleggen) is groot omdat de kosten lager zouden zijn, het rendement beter en de spreiding minstens zo goed. 

Los nog van de vraag of deze argumenten soms, nooit of altijd juist zijn, rijst de vraag of er zich geen financiële bubbel aan het aftekenen is. We spreken over een financiële bubbel als de correlatie tussen de onderliggende waarde en de prijs die men betaalt uit z’n verband gerukt wordt[1]. Grote bedragen worden in bedrijven belegd niet vanwege hun uitstekende vooruitzichten of solide balans, maar om het simpele feit dat ze in een index zijn opgenomen. Neem een fonds zoals Exxon Mobil. De koers is in de afgelopen vijf jaar per saldo niet noemenswaardig gedaald, en toch is de omzet met 53% afgenomen, de bruto inkomsten met 60% en de winst per aandeel met ruim 80%. Een bijverschijnsel van het indexbeleggen?

 

Bubbels worden zelden opgemerkt als ze ontstaan en bijna altijd achteraf beoordeeld. De ETF-trend baart sommige analisten zorgen omdat er grote sommen geld vloeien van – al dan niet zelf - beheerd vermogen naar ETF’s. Alleen al in de Verenigde Staten stroomde er in 2016 US$ 506 miljard in de ETF’s en US$ 341 miljard uit de beleggingsfondsen. Inmiddels zit in de VS meer dan 30% van al het vermogen onder beheer in ETF’s tegen 15% tien jaar geleden. De verwachting is dat volgend jaar meer dan de helft van al het geld onder beheer in ETF’s oftewel passief beheer is belegd.

Het geld wordt dus massaal gebundeld belegd, en daardoor vallen slechte of gevaarlijke investeringen niet op. Worden de rotte appelen geïdentificeerd, dan is het nog niet zo eenvoudig om vast te stellen welke ETF’s risico lopen.

Niet alleen de beleggingen in ETF’s stijgen snel, maar ook het aantal. ETF’s zoals die van de Standard & Poor’s 500 Index zijn uiterst liquide, echter de markt wordt ook steeds meer overspoelt door niche producten. Het risico neemt hierdoor alleen maar toe.

Wereldwijd waren er eind 2016 maar liefst 4779 ETF’s. Ruim 37% hiervan is in handen van 1 bedrijf, namelijk Blackrock, bijna 19% komt van Vanguard en 15% van State Street Bank. Dat betekent dus dat van de $ 3422 miljard dat er per eind 2016 wereldwijd belegd is in ETF’s $ 2429 miljard in handen is van slechts drie bedrijven. En deze trend zet zich snel voort want inmiddels is het vermogen belegd in ETF’s al de $ 4000 miljard gepasseerd.

Een ander nadeel van te veel gebundeld geld is dat de liquiditeit bij paniek. Op 24 augustus 2015 daalde de Dow Jones Index bij de opening met bijna 1100 punten. Het onmiddellijke gevolg was dat de handel in een vijfde van alle in de VS genoteerde ETF’s werd stilgelegd. Dit heeft beleggers verhinderd om in of uit de markt te gaan toen zij dat wilden.

Daarnaast neemt door het toenemende aantal ETF’s de volatiliteit van de handel in aandelen toe. Researchrapporten[2] tonen aan dat de volatiliteit en handel in de aandelen voornamelijk toeneemt door de arbitrage tussen de indextracker en de onderliggende aandelen. Anders dan ben een open-end beleggingsfonds kan de koers van de ETF afwijken van de onderliggende waarde. Vandaar al die arbitragetransacties.

De trend om te beleggen in ETF's is niet zomaar een trend, maar een megaontwikkeling die goed in de gaten moet worden gehouden.

Michael Toorop

 

 

 

 

[1] Charles Brandes

[2] Itzhak Ben-David, Francesco Franzoni en Rabih Moussawi

Login Form