FaceBookTwitterGoogle+

Search

Valuta omrekenen




Infrastructuur in het middelpunt

Na zeven jaar van monetaire stimulansen door de verschillende centrale banken, lijkt het erop dat de overheden nu fiscale stimulansen gaan gebruiken om de economieën doeltreffender aan te jagen. Zeker na de verkiezingsoverwinning van Donald Trump ziet het er naar uit dat onder aanvoering van de VS met name de infrastructuur van het nieuwe pakket van maatregelen gaat profiteren.

De infrastructuur is de ruggengraat van iedere economie, echter na de financiële crisis van de jaren 2007 en 2008 zijn de noodzakelijke investeringen achter gebleven. Volgens de OESO zou er tot 2030 wereldwijd meer dan $ 50.000 miljard geïnvesteerd moeten worden om de infrastructuur weer op orde te krijgen.

Alleen de VS al heeft tot het jaar 2020 $ 3.635 miljard nodig voor noodzakelijk onderhoud en modernisering. Hiervan is slechts $ 2.024 miljard beschikbaar en dus zonder extra investeringen is er een tekort van $ 1.611 miljard in de komende jaren. We hebben het dan over onderhoud van wegen, bruggen, dammen en spoorrails, maar ook over scholen, vliegvelden, waterzuivering en afvalverwerking.

De regering Trump moet nog met uitgewerkte plannen komen, maar recente opmerkingen uit zijn entourage suggereren dat Trump belastingvoordelen wil introduceren voor het verbeteren of aanleggen van infrastructuur. Dit belastingvoordeel zou in tien jaar tijd kunnen oplopen tot $ 1000 miljard. Een van de manieren waarop Trump zijn plannen wil betalen is het aanmoedigen van multinationale ondernemingen om hun liquide middelen uit het buitenland terug te halen naar de VS. Dit zou gestimuleerd kunnen worden door een aantrekkelijker belastingtarief. Standard & Poor’s heeft uitgerekend dat iedere dollar die uitgegeven wordt aan infrastructuur een economische groei tot gevolg heeft van $ 1,30. Dit betekent dus een goede stimulans voor de economie en de werkgelegenheid.

Het is echter de vraag of iedere dollar belastingvoordeel hetzelfde effect zal hebben. De ervaring leert namelijk dat belastingvoordeel vaak gebruikt wordt voor bestaande projecten en winstmargeverbeteringen. Zowel Obama als Hillary Clinton heeft in het verleden ook voorstellen gedaan om de infrastructuur te verbeteren. De republikeinen in de senaat en het huis van afgevaardigden hebben zich hier met hand en tand tegen verzet omdat zij heilig geloven in een kleinere overheid, en daar passen extra uitgaven voor de infrastructuur niet bij. Belastingvoordeeltjes zijn wat anders, want dat betekent minder belastingen. Voorwaarde is wel dat het overheidstekort niet groeit.

Gematigde republikeinen en de democraten zullen plannen om liquide middelen te repatriëren naar de VS van harte steunen, maar de conservatieve republikeinen zijn nog niet overtuigd. Het terughalen van geld naar de VS betekent dat die bedrijven daar – wellicht tegen een gunstig tarief – belasting over moeten betalen en dus groeit de overheid.

Ook de regering van het Verenigd Koninkrijk van Theresa May lijkt een switch te maken van de focus op de overheidsfinanciën naar een sneller groeiende economie. Men zal het overheidstekort op laten lopen teneinde meer geld vrij te maken voor infrastructurele projecten.

Volgens the McKinsey Global Institute spenderen overheden ongeveer $ 2.500 miljard per jaar in infrastructuur, terwijl men eigenlijk $ 3.300 miljard per jaar nodig heeft om alleen al de groei bij te houden. Het benodigde bedrag vertegenwoordigt 3,8% van het Bruto Nationaal Product. De opkomende economieën vertegenwoordigen ongeveer 60% van die behoeften.

Het verschil tussen wat we investeren en wat we zouden moeten investeren verdrievoudigt als we zouden willen voldoen aan de duurzaamheidsdoelstelling van de Verenigde Naties.

Evenals met de uitgaven aan defensie zijn in de afgelopen jaren de uitgaven aan infrastructuur, als percentage van het Bruto Nationaal Product, in 11 van de G20 landen gedaald.

De wal zal het schip keren. De duurzaamheidsdoelstellingen, de noodzaak van een betrouwbare infrastructuur, het politieke tij en de behoefte om de economie aan te zwengelen zullen de uitgaven voor de infrastructuur verhogen. De focus voor deze sector zal meer beleggingen aantrekken van financiële instellingen en institutionele beleggers. Zeker als overheden door middel van een fiscale stimulans deze beleggingen aantrekkelijker maken.

Het voordeel van beleggen in infrastructuur is het langdurige karakter van de investeringen. In tijden van inflatie en hoogconjunctuur weten de projecten hun tarieven makkelijk aan te passen. De vraag is veel minder elastisch dan die naar andere producten en diensten. Dus in tijden van economische tegenspoed tonen deze beleggingen vaak hun defensieve karakter.

De koersen van sommige infrastructuuraandelen hebben al een voorschot genomen op de dingen die komen gaan, dus voorzichtigheid is op de korte termijn geboden.

Login Form