FaceBookTwitterGoogle+

Search

Valuta omrekenen




Yahoo Finance

De aanzuigende werking van ETF’s

Volgens het Britse Consultancy bureau ETFGI is in 2015 een recordbedrag van US$ 372 miljard geïnvesteerd in de ETF-markt (Exchange Traded Funds oftewel indextrackers). Dit betekent een stijging van 10% ten opzichte van 2014. Het totale vermogen dat wereldwijd belegd is in ETF’s groeit exponentieel en nadert de $ 3.000 miljard. Een van de aanbieders heeft al meer dan $ 1.000 miljard aan vermogen van beleggers in hun ETF’s zitten.

Zeker wanneer de belangen met zulke astronomische bedragen gepaard gaan, rijst de vraag wat de risico’s zijn. Bij banken en verzekeraars vragen we ons sinds de financiële crisis af of ze te “too big to fail” zijn, maar hoe zit het met de ETF-emittenten?

Bijna iedereen in de industrie moedigt beleggers aan om maar vooral te beleggen in een index omdat dit goedkoper, transparanter en meer gespreid zou zijn en de performance niet onder zou doen van een actief beheerde portefeuille. Zo langzamerhand kunnen we spreken van een wildgroei. Er zijn meer dan 260 aanbieders van bijna 6.000 indexproducten met 12.000 noteringen.

Zo’n dag dat het verkeerd leek te gaan was 24 augustus vorig jaar. Als er namelijk paniek uitbreekt, kan het zo maar zijn dat een ETF onder haar intrinsieke waarde noteert. Op genoemde dag waren er zelfs indextrackers die 30% onder hun waarde noteerden. Iedereen die op die dag bepaalde ETF’s verkocht heeft, heeft het risico gelopen om 70 cent te krijgen voor iets dat een euro waard was. De handel in sommige ETF’s is zelfs tijdelijk opgeschort geweest. 

Uiteraard kan onder uitzonderlijke omstandigheden een ETF ook op een koers boven haar intrinsieke waarde noteren. Er zijn twee redenen waarom de ETF qua koers kan afwijken van haar intrinsieke waarde.

•          De onderliggende waarden en de ETF zelf handelen op verschillende beurzen in een andere tijdzone.

•          De liquiditeit van de onderliggende waarde loopt terug of de markt in de ETF zelf krijgt een bovenmatige hoeveelheid orders te verwerken.

In tegenstelling tot veel beleggingsfondsen, worden ETF’s doorlopend verhandeld. Dit betekent dat de koers van de indextracker zich constant moet aanpassen aan de veronderstelde waarde van de onderliggende effecten. Dit lukt dus niet altijd. In stressvolle situaties krijg je dus discrepanties.

ETF’s worden terecht vaak gebruikt voor een optimale spreiding. Toch kan die spreiding wel eens kleiner zijn dan men denkt. Veel beleggers willen de aandelen graag verdelen in groei- en valueportefeuilles. iShares kent bijvoorbeeld het S&P 500 groei-index-fonds (symbool IVW) en het S&P 500 value-index-fonds (symbool IVE). Interessant is dat die Amerikaanse aandelenindex zelf uit 500 aandelen bestaat, zoals de naam al aangeeft. Het groeifonds blijkt nu uit 280 aandelen te bestaan en het genoemde waardefonds uit 370 aandelen. Bij elkaar opgeteld dus 650 aandelen, terwijl je mag verwachten dat de som van de twee niet meer dan 500 zou zijn. Met andere woorden er is een substantiële overlap, zonder dat de beleggers op zoek naar spreiding zich dat realiseren.

Het verdient sowieso aanbeveling om goed onder de motorkap van een ETF te kijken. Zo heeft de ETF Energy SPDR (symbool XLE) grote posities in de aandelen Exxon en Chevron. Niet iedereen realiseert zich dat die twee aandelen een derde van deze ETF uitmaken. Het kan nog gekker. De ETF SPDR S&P Middle East & Africa ETF (symbool GAF) belegt soms meer dan 90% in één land. Op dit moment is 71% in Zuid-Afrika geïnvesteerd.

Zo blijkt ook de ene ETF die in grondstoffen belegt de andere niet. Ze zijn er die in de spotmaanden van de grondstoffen beleggen en een ander die in de leveringsmaand 12 maanden verder investeert. Dat kan een groot verschil in prijsverloop tot gevolg hebben.

Dan zijn er nog ETF’s die daadwerkelijk in de onderliggende waarden beleggen (fysiek) of door middel van optieconstructies (synthetisch). Er zijn ook emittenten van ETF’s die de onderliggende waarden uitlenen (stock lending). Dit levert hen of de aandeelhouder extra geld op, echter er is een theoretisch risico.

Het ETF aanbod werkt voor sommige beleggers drempelverlagend, zeker met alle focus erop van officiële instanties en aanbieders. Naast de spreiding wordt ook altijd gewezen op de lage kosten. Er zijn inderdaad veel ETF’s met extreem lage kosten, maar soms zijn die ook erg hoog. Er zijn bijvoorbeeld indextrackers met meer dan 2% kosten.

Zoals de naam al zegt probeert een indextracker de onderliggende index te volgen. Met aandelen lukt dat vaak beter dan met obligaties. Er zijn obligatietrackers geweest die het meer dan 5% slechter deden dan de index. De variaties zijn talrijk, zo zijn er tegenwoordig ook actief beheerde ETF’s. Het is maar net de vraag of die wel af te zetten zijn tegen een juiste index.

Behalve spreiding en kosten worden ETF’s vaak aanbevolen omdat men meent dat een actief beheerde portefeuille het zelden beter zou doen dan een index.

Grosso modo is dit voor de meerderheid juist, maar studie toont aan dat naarmate de ’active share‘ groter is ook de outperformance toeneemt. Een ’active share‘ geeft het percentage aan waarin de beheerder afwijkt van de index waarmee hij vergeleken wordt. Met andere woorden, heeft een beheerd fonds geen enkel aandeel van de index in portefeuille, dan is de “active share” 100%. Is het fonds een volledige kopie van de index, dan is het percentage 0%.

Volgens een studie van Lazard Asset Management begint gemiddeld een outperformance bij een ’active share‘ vanaf 50 a 60%.

De indextracker is een uitstekend beleggingsproduct, maar zeker niet zaligmakend. Met de verwachting dat deze markt in 2020 gegroeid zal zijn tot $ 5.000 miljard, groeit ook de kans op verkeerd gebruik en inherente risico’s.

Login Form